Ze begonnen voorzichtig met het laagste niveau. “Maar we schakelden ook al eens naar niveau twee. Dirk trok zelfs een keer mee met niveau drie. Zo hoef je als koppel niet per se dezelfde wandeling te doen. Ieder kiest zijn eigen niveau en tempo. Dat werkte perfect. Er waren nog koppels die zich opsplitsten. Dat kan gewoon. De sfeer is heel familiair. Iedereen wandelt graag en komt om te genieten. En je weet dat je in groep op reis gaat, dus sta je open voor nieuwe contacten en een babbel.”
De dagen begonnen vroeg. Voor het ontbijt werd in de ochtenddrukte de picknick klaargemaakt. Daarna vertrok de groep met de bus naar het startpunt. “Soms reden we twintig minuten, soms een uur. Meestal waren we tussen drie en vijf uur terug.”
Hup, het meertje in
Voor Erika kreeg elke wandeldag een vast slotakkoord. “Ik ben ook een zwemmer,” vertelt ze enthousiast. “Elke keer als ik terugkwam van het wandelen dook ik, hup, het meertje aan het hotel in. Dat vond ik gewoon zalig: zwemmen tussen de bergen.”
Hotel Mooswirt omschrijft Erika als “eenvoudig maar mooi, gezellig en proper. En het eten was lekker en de porties waren groot. Echt op z’n Oostenrijks. ’s Avonds was er altijd iets te doen, zoals een dansavond, een quiz of iets anders leuks. Heel laat werd het nooit, want de volgende ochtend moet je er weer vroeg uit.”
Koppige gidsen
“Soms lag de moeilijkheid van niveau twee en drie dicht bij elkaar. De wandelaars van niveau drie vonden dat ze te snel terug waren, ze wilden het wat zwaarder. Als onze Belgische begeleiders dat aankaartten bij de Oostenrijkse berggidsen, had dat niet veel effect. Het is het enige minpunt dat ik kan bedenken. Voor de rest was het gewoon super.”
Wie kan beter thuisblijven? Ze lacht. “Mensen die niet graag lang op de bus zitten. We zijn ’s avonds vertrokken en waren er ’s morgens. Die eerste dag hebben we meteen een korte wandeling gemaakt en de berglucht diep opgesnoven.”